Beter inzicht brandstofgebruik en CO?-uitstoot recreatievaartuigen

27 mei 2026

Het Centre for Sustainability, Tourism and Transport (CSTT) van Breda University of Applied Sciences (BUas) heeft een onderzoek naar CO?-uitstoot in de recreatievaart uitgevoerd in samenwerking met WaterrecreatieNL en HISWA-RECRON. Het onderzoek levert inzicht op het motor- en brandstofgebruik van kajuitzeilboten, kajuitmotorboten en sloepen.

Het praktijkonderzoek is gebaseerd op een enquête die is uitgezet in 2024 met in totaal 819 geldige responses. Omdat de enquête is uitgezet via diverse watersportbonden en organisaties, zijn de respondenten met name actieve recreatievaarders in bezit van een eigen boot.

Het onderzoek is daarmee niet representatief voor de gehele recreatievaart, maar geeft wel meer inzicht op de CO?-uitstoot van actieve gebruikers. Ook geeft het inzicht in de CO?-uitstoot door het vervoer van en naar de boot.

Nieuwe rekenmethode

In eerdere onderzoeken werd de uitstoot berekend door het aantal vaartuigen te vermenigvuldigen met schattingen van het gemiddelde brandstofverbruik en het aantal motoruren per boottype. Qua type brandstoffen wordt er nationaal alleen met diesel en benzine gerekend, terwijl het palet aan brandstoffen inmiddels veel breder is. Uit de enquête blijkt dat 13 verschillende soorten brandstoffen worden gebruikt, waaronder ook HVO en elektrisch varen.

Voor dit onderzoek is daarom gekozen voor een nieuwe rekenmethode. In plaats van gemiddelde verbruikswaarden is er gerekend met het exacte aantal verbruikte liters voor alle soorten brandstoffen per respondent, het type boot en het aantal vaardagen. Daarnaast is de uitstoot van het vervoer berekend via de afstand tussen ligplaats en huis en het vervoermiddel dat is gebruikt.

Met dit nieuwe rekenmodel kan Waterrecreatie Nederland in de toekomst nieuwe onderzoeken uitvoeren en de resultaten met de nulmeting van 2023 vergelijken.

Resultaten

De resultaten van de enquête zijn uitgewerkt voor kajuitzeilboten (326 responses), kajuitmotorboten (299 responses) en sloepen (145 responses). Tussen de drie groepen zitten grote verschillen wat betreft CO?-uitstoot en de herkomst hiervan.

Voor de kajuitzeilboot is de afstand van en naar de ligplaats vaak een stuk hoger. De auto wordt meer gebruikt dan bij de andere twee boottypes. Op jaarbasis is 46% van de CO?-uitstoot afkomstig van het vervoer naar de boot en terug. Voor 2023 komt het gemiddelde van varen en vervoer voor een kajuitzeilboot komt in dit onderzoek uit tot 615 kilogram CO?.

Voor kajuitmotorboten komt de gemiddelde uitstoot op 2121 kilogram CO? per jaar, waarvan 93% door het varen op de motor. Kajuitmotorboten maken veel meer motoruren, en hebben zwaardere motoren dan zeilboten, waardoor de totale uitstoot door het varen hoger is.

Bij sloepen ligt het gemiddelde het laagst, op 485 kilogram CO? per jaar, waarvan 67% door het varen op de motor. Bij de sloep loopt 30% van de ondervraagden naar de boot, die in deze gevallen vaak naast de woning lag.

De uitstoot per jaar van een kajuitzeilboot en een sloep, exclusief het vervoer van en naar de boot, zijn vrijwel gelijk. Voor het vervoer komen de uitkomsten van de motorboot en de sloep nagenoeg overeen.

In het onderzoek is nog veel meer uitgewerkt. Het laat onder andere zien dat er grote verschillen in gebruik en verbruik zijn tussen maar ook binnen verschillende lengteklassen. Verder  vergroot het onderzoek de gegevensbasis over vaargedrag en brandstofgebruik, wat kan helpen bij de verduurzaming van de recreatievaart. De resultaten van de meest belangrijke inzichten worden later dit jaar gepubliceerd in een infographic.

Over het onderzoek

Stichting Waterrecreatie Nederland heeft het Centre for Sustainability, Tourism and Transport (CSTT) van Breda University of Applied Sciences (BUas) verzocht dit onderzoek uit te voeren. De respondenten hebben in 2024 een uitgebreide enquête ingevuld over hun vaargedrag in 2023. De enquête is opgezet met behulp van literatuur en een review door experts van Stichting Waterrecreatie Nederland en HISWA-RECRON.

Het onderzoek is medegefinancierd door HISWA-RECRON en het Centre of Expertise for Leisure, Tourism and Hospitality (CELTH).

Lees de rapportage

Terug naar overzicht