"Zachte landing” bij handhaving van schijnzelfstandigheid in 2026

7 januari 2026

De Tweede Kamer heeft succesvol gepleit voor een 'zachte landing' bij de handhaving van schijnzelfstandigheid in 2026, waardoor werkgevers die schijnzelfstandigen inzetten voorlopig geen boetes krijgen, maar wel naheffingen en een verhoogd toezicht kunnen verwachten; dit is een uitstel van de strengere handhaving die per 1 januari 2026 zou ingaan. Het kabinet wil wel optreden bij kwaadwillende opdrachtgevers. In 2025 – dat een overgangsjaar was - werden nog geen boetes opgelegd. 

Wat is er besloten (en uitgesteld)?

  • Uitstel van boetes: Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ervoor gezorgd dat werkgevers in 2026 nog geen boetes riskeren voor het gebruik van schijnzelfstandigen.
  • 'Zachte landing': dit is een voortzetting van de situatie in 2025, waarbij de Belastingdienst zich voornamelijk richt op het corrigeren en naheffen van (belasting)premies in plaats van boetes.
  • Toezicht blijft: de Belastingdienst mag nog steeds streng optreden met naheffingen en boekenonderzoeken bij schijnzelfstandigheid, maar geen verzuimboetes (zoals in het verleden).
  • Kabinet wil doorzetten (met uitzondering): het kabinet wil wel boetes opleggen bij duidelijke gevallen van kwaadwillendheid, maar heeft het verzoek van de Kamer om verlenging gehonoreerd. 

Waarom de onrust?

  • Wet DBA: de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) zou per 1 januari 2026 volledig worden gehandhaafd, wat betekende dat bedrijven die schijnzelfstandigen inzetten, naast naheffingen, ook boetes konden krijgen.
  • Kamer tegen: de Tweede Kamer, en met name sectoren zoals de zorg, vreesden dat dit de inzet van zzp'ers zou belemmeren en pleitten voor uitstel.

Conclusie:
De discussie gaat over de handhaving van schijnzelfstandigheid. In 2026 worden er geen boetes opgelegd door de Tweede Kamer-interventie, maar wel bij ernstige gevallen gehandhaafd met naheffingen. De onzekerheid blijft bestaan voor zowel opdrachtgevers als zzp'ers over de precieze invulling van de handhaving, vooral omdat het kabinet eigenlijk strenger wilde zijn dan de Kamer.

 

 

 

Terug naar overzicht