Recreanten hebben rechten bij herstructurering vakantiepark of camping

Op veel vakantieparken en campings wordt met enige regelmaat geherstructureerd. Met als doel om te vernieuwen en te voldoen aan de veranderende vraag van de markt.

Ons standpunt

Als een recreatieondernemer besluit een camping of vakantiepark te herstructureren, kan dat grote gevolgen hebben voor recreanten met een vaste plaats. Zeker wanneer iemand jarenlang op dezelfde camping heeft gestaan, veel tijd en geld in de plaats heeft gestoken en zich verbonden voelt met de omgeving, kan een opzegging hard aankomen.

Die betrokkenheid en teleurstelling zijn begrijpelijk. Tegelijkertijd ontstaat in de maatschappelijke discussie soms een onvolledig beeld van de juridische positie van recreanten en van de verantwoordelijkheid van de ondernemer.

Een vaste plaats is in de regel geen eigendom van de recreant en ook geen woonruimte, maar een gehuurd stuk onbebouwde grond voor recreatief gebruik c.q. voor plaatsing van een kampeermiddel. Dat is doorgaans een stacaravan of een chalet. Meestal wordt daarvoor jaarlijks een overeenkomst gesloten of een overeenkomst die van jaar op jaar (stilzwijgend) wordt verlengd.

Dat onderscheid is belangrijk. De recreant huurt de onbebouwde grond en plaatst daarop een eigen kampeermiddel. De aankoop van een kampeermiddel en de inrichting van een tuin en terras geven daarom niet automatisch een blijvend recht op die specifieke plaats of een recht op vergoeding als de huurovereenkomst rechtsgeldig eindigt. Zo is dat in het Burgerlijk Wetboek geregeld.

In Nederland kennen we bovenop het wettelijke regiem een uitgebreide aanvullende bescherming via de RECRON Algemene Voorwaarden Vaste Plaatsen. Deze voorwaarden zijn in overleg met de ANWB opgesteld en bevatten regels over de motivering van een opzegging, opzegtermijnen, communicatie, verplaatsing, financiële compensatie en geschillenbeslechting.

We benadrukken dat recreanten in dat geval niet rechteloos of vogelvrij zijn. Regelmatig duikt in de media dat negatieve beeld op. Als het gaat om RECRON Erkende Bedrijven is dat echter niet het geval. In een uitgebreid vraag en antwoord-overzicht hieronder lichten we ons standpunt verder toe. 

Waarom heeft het kabinet besloten geen nieuwe Kampeerwet in te voeren?
Het kabinet concludeerde dat een nieuwe landelijke Kampeerwet niet vanzelfsprekend tot een betere positie voor recreanten of ondernemers leidt. Extra wettelijke verplichtingen kunnen juist zorgen voor meer regeldruk, hogere kosten, minder flexibiliteit en minder ruimte om campings en vakantieparken toekomstbestendig te houden.

Gemeenten beschikken al over publiekrechtelijke instrumenten om te sturen op de ruimtelijke ontwikkeling van vakantieparken. Daarnaast worden de onderlinge rechten en verplichtingen van ondernemers en recreanten geregeld door overeenkomsten, het Burgerlijk Wetboek en, bij aangesloten ondernemingen, de RECRON Algemene Voorwaarden.

Het kabinet erkent daarmee zowel de belangen van recreanten als de belangen van ondernemers om hun bedrijf te kunnen aanpassen aan veranderende marktomstandigheden. De minister stelt bovendien dat er geen aanwijzingen zijn dat het verdwijnen van vaste plaatsen een algemene landelijke ontwikkeling is dat voorzien moet worden in een wet.

Zijn recreanten met een vaste plaats dan niet beschermd?
Nee. Dat beeld is onjuist. Recreanten hebben bescherming op basis van het algemeen overeenkomstenrecht en de afspraken die met de ondernemer zijn gemaakt. Bij RECRON Erkende Bedrijven gelden daar bovenop de RECRON Algemene Voorwaarden Vaste Plaatsen. Deze voorwaarden zijn samen met de ANWB opgesteld en gaan op verschillende punten verder dan de wettelijke bescherming. Er zijn overigens ook RECRON Algemene Voorwaarden voor Toeristische Plaatsen, Seizoenplaatsen, Vakantieverblijven en Groepsaccommodaties. HISWA-RECRON biedt daarmee voor de hele sector garanties ten gunste van de consument.

Bij herstructurering gelden onder meer eisen ten aanzien van:

  • een duidelijke en onderbouwde aankondiging
  • een ruime opzegtermijn
  • informatie over het herstructureringsplan: dat moet concreet én uitvoerbaar zijn
  • een verplaatsingsvergoeding wanneer aan de voorwaarden daarvoor is voldaan
  • een financiële compensatie voor het laatste (opzeg)jaar dat een recreant op de camping staat
  • de mogelijkheid om een geschil tegen lage kosten voor te leggen aan de Geschillencommissie Recreatie en Watersport

Elke 6 tot 10 jaar worden de sets voorwaarden geactualiseerd op basis van ontwikkelingen in de markt en uitspraken van de rechter en geschillencommissie. Onlangs is de bescherming verder versterkt. Bij herstructurering zonder aanbod van een vervangende plaats is de minimale opzegtermijn verruimd naar achttien maanden. Ook zijn de verplaatsingsvergoedingen verhoogd.

Een recreant staat soms al twintig of dertig jaar op dezelfde plek. Is het dan nog wel een jaarovereenkomst?
De duur van de relatie verandert niet automatisch de aard van de overeenkomst. Een vaste plaats kan gedurende vele jaren achter elkaar worden verhuurd, maar dat betekent niet dat de recreant eigenaar wordt van de grond of een onbeperkt gebruiksrecht verkrijgt voor onbepaalde tijd. De precieze juridische positie hangt af van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden, maar in de regel gaat het om een opzegbare overeenkomst voor recreatief gebruik van gehuurde grond. De term “vaste plaats” betekent dat het kampeermiddel gedurende het gehele jaar op de plaats mag blijven staan. Het betekent niet dat de plaats voor altijd aan dezelfde recreant beschikbaar moet blijven. Het object moet daarbij ook verplaatsbaar blijven, zodat het kampeermiddel bij opzegging - ongeacht wie er opzegt - ook gemakkelijk van de plaats kan worden verwijderd.  

Een langdurige relatie brengt voor de ondernemer wel een verantwoordelijkheid mee om zorgvuldig, tijdig en duidelijk te communiceren, zeker ook bij herstructurering. Dat is ook een belangrijke reden waarom de RECRON Algemene Voorwaarden uitgebreide procedures en opzegtermijnen bevatten. Die gaan veel verder dan in landen als Frankrijk, België, Duitsland of het Verenigd Koninkrijk.

Een recreant heeft veel geld in zijn chalet en plaats geïnvesteerd. Is het verlies daarvan geen schade?
Een recreant kan het beëindigen van de overeenkomst persoonlijk en financieel als een verlies ervaren. Dat betekent echter niet automatisch dat juridisch sprake is van schade die door de ondernemer moet worden vergoed. De recreant kiest zelf welk kampeermiddel hij aanschaft en welke aanvullende investeringen hij op de gehuurde grond doet. Daarbij moet hij rekening houden met het tijdelijke karakter van het gebruik van die grond. Investeringen in bijvoorbeeld een chalet, voortent, terras, schuur, tuin of bestrating geven geen eigendomsrecht op de plaats.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde in maart 2026 dat de wet bij opzegging van de huur van onbebouwde grond geen automatisch recht geeft op een schadevergoeding voor investeringen in de plaats of voor de kosten van ontruiming. Een opzegging kan in bijzondere omstandigheden wel onaanvaardbaar zijn, maar daarvan is niet per definitie sprake omdat een recreant lang op een camping heeft gestaan of veel heeft geïnvesteerd.

Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen:

  • de begrijpelijke emotionele en financiële gevolgen voor de recreant
  • juridisch vergoedbare schade
  • een contractueel afgesproken tegemoetkoming in de verplaatsingskosten

Deze begrippen worden in het publieke debat regelmatig door elkaar gebruikt waardoor er niet altijd een juist beeld wordt geschetst.

Is de verplaatsingsvergoeding bedoeld als schadevergoeding?
Nee. De verplaatsingsvergoeding is geen volledige schadevergoeding en is ook niet bedoeld als vergoeding van alle investeringen die een recreant in de loop der jaren heeft gedaan.

De vergoeding is een contractuele tegemoetkoming in de kosten die samenhangen met het verwijderen of verplaatsen van een kampeermiddel wanneer een plaats vanwege herstructurering wordt opgezegd. De regeling is bedoeld om de overgang voor de recreant te verzachten. Deze tegemoetkoming is uniek in Europa.

De hoogte van de vergoeding staat niet gelijk aan:

  • de oorspronkelijke aanschafwaarde van het kampeermiddel
  • de boekwaarde of door de recreant veronderstelde marktwaarde
  • alle kosten van een terras, tuin, aanbouw of inventaris
  • de emotionele waarde van de plaats
  • een vergoeding voor jarenlang recreatiegenot

Dat de feitelijke kosten of het door de recreant ervaren verlies hoger kunnen zijn dan de verplaatsingsvergoeding, betekent dus niet dat de vergoeding te laag is vastgesteld. De verplaatsingsvergoeding heeft een ander doel dan een schadevergoeding: ze zijn dus ook niet met elkaar te vergelijken.

Waarom wordt niet altijd de volledige waarde van een chalet vergoed?
Omdat de ondernemer het chalet doorgaans niet van de recreant koopt of onteigent. De recreant blijft eigenaar van het kampeermiddel, tenzij partijen afzonderlijk een verkoopovereenkomst sluiten.

De overeenkomst heeft betrekking op het gebruik van de grond, niet op een gegarandeerde waardeontwikkeling of verkoopbaarheid van het kampeermiddel. De ondernemer heeft normaal gesproken ook niet bepaald hoeveel de recreant voor het chalet heeft betaald, welke investeringen later zijn gedaan of in hoeverre het object daadwerkelijk verplaatsbaar of verkoopbaar is.

Het zou daarom niet redelijk zijn om de ondernemer bij beëindiging van de grondhuur automatisch verantwoordelijk te maken voor de volledige waarde of waardedaling van een particulier eigendom.

Maar een chalet kan in de praktijk soms nauwelijks worden verplaatst. Wie draagt dat risico?
Dat hangt af van de omstandigheden en de gemaakte afspraken. Als een kampeermiddel door zijn aard, ouderdom, constructie of aangebrachte voorzieningen moeilijk verplaatsbaar is, betekent dit niet automatisch dat de ondernemer verantwoordelijk is voor dat risico. Het is de recreant die verantwoordelijk is en blijft voor de verplaatsbaarheid van zijn kampeermiddel. Dat kan ook niet anders omdat de recreatieondernemer immers alleen de grond verhuurt en het de recreant is, die op de gehuurde grond een eigen kampeermiddel plaatst.

Bij de aanschaf en plaatsing van een kampeermiddel moet de recreant rekening houden met:

  • het feit dat de grond wordt gehuurd
  • de looptijd en beëindigingsmogelijkheden van de overeenkomst
  • de technische verplaatsbaarheid van het object
  • eventuele beperkingen van andere campings om oudere kampeermiddelen toe te laten
  • de toekomstige verkoopbaarheid en restwaarde

Ondernemers hebben tegelijkertijd de verantwoordelijkheid om vooraf duidelijk te zijn over de aard van de overeenkomst en mogen geen verwachtingen wekken dat een plaats onbeperkt beschikbaar blijft.

Kan een ondernemer een vaste plaats zomaar opzeggen?
Bij toepassing van de RECRON Algemene Voorwaarden kan dat niet zonder meer. Deze voorwaarden kennen een aantal limitatieve opzeggronden.

Bij herstructurering moet er een reëel en voldoende concreet plan zijn en het plan moet uitvoerbaar zijn. De recreant moet tijdig worden geïnformeerd en de voorgeschreven opzegtermijn moet in acht worden genomen. Afhankelijk van de situatie moet ook een verplaatsingsvergoeding worden aangeboden.

Een ondernemer die de vereiste procedure niet volgt, kan daarop worden aangesproken. De recreant kan een geschil voorleggen aan de Geschillencommissie Recreatie en Watersport of aan de rechter. De bescherming bestaat dus niet uit een onbeperkt recht om op dezelfde plaats te blijven, maar uit een recht op een zorgvuldige en controleerbare procedure.

Ook deze procedure is uniek in Europa en biedt de recreant extra bescherming. Met enige regelmaat beslist de geschillencommissie in het voordeel van de recreant omdat er onvoldoende uitvoering is gegeven aan de gestelde voorwaarden. Het beeld dat soms geschetst wordt dat een ondernemer zomaar een terrein kan leegvegen, is niet juist.

Moet de ondernemer altijd een vervangende plaats aanbieden?
Niet altijd. Een vervangende plaats kan alleen worden aangeboden wanneer die daadwerkelijk beschikbaar en passend is.

Herstructurering kan ook betekenen dat een bepaald type plaats verdwijnt of dat het gehele terrein anders wordt ingericht. Een algemene wettelijke verplichting om altijd een vergelijkbare plaats op hetzelfde park aan te bieden maakt herstructurering in veel gevallen feitelijk onmogelijk. En zou de doorontwikkeling van recreatiebedrijven ernstig belemmeren.

Wanneer geen vervangende plaats beschikbaar is, voorzien de RECRON Algemene Voorwaarden in extra bescherming, waaronder een langere opzegtermijn en, indien van toepassing, een verplaatsingsvergoeding.

Waarom moet een ondernemer überhaupt vaste plaatsen kunnen beëindigen?
Een camping of vakantiepark is een onderneming die zich moet kunnen aanpassen aan veranderende (markt)omstandigheden. Dat kan noodzakelijk zijn door:

  • veranderende wensen van gasten of nieuwe doelgroepen
  • noodzakelijke investeringen in kwaliteit en duurzaamheid
  • regels, wetten of eisen op het gebied van natuurbeleid, (brand)veiligheid of ruimtelijke ordening
  • klimaatadaptatie en natuurontwikkeling
  • bedrijfseconomische redenen en een veranderend verdienmodel
  • teruglopende vraag naar bepaalde typen plaatsen
  • de noodzaak om een bedrijf economisch toekomstbestendig en vitaal te houden en verloedering tegen te gaan

Wanneer iedere eenmaal uitgegeven vaste plaats feitelijk permanent zou worden, kan een ondernemer zijn terrein nauwelijks nog vernieuwen. Dat kan leiden tot uitstel van investeringen, verslechtering van de kwaliteit en uiteindelijk zelfs tot sluiting van bedrijven. Er zijn in Nederland als meer dan meer dan 250 parken die niet meer vitaal zijn, waar illegaal permanent wordt bewoond en waar verloedering op de loer ligt of al aan de orde is.

Ruimte voor herstructurering is daarom niet alleen in het belang van ondernemers, maar ook van de kwaliteit, diversiteit, toegankelijkheid en continuïteit van het Nederlandse recreatieaanbod.

Verdwijnen alle vaste plaatsen door overnames en herstructureringen?
Nee. Er zijn campings waar vaste plaatsen verdwijnen, maar er zijn ook ondernemingen die juist nieuwe vaste plaatsen realiseren of bewust voor dit recreatiemodel kiezen.

De recreatiemarkt is divers en voortdurend in beweging. Sommige bedrijven richten zich meer op toeristisch kamperen of verhuuraccommodaties, terwijl andere bedrijven juist investeren in jaarplaatsen. Individuele voorbeelden mogen daarom niet zonder meer worden gepresenteerd als bewijs dat vaste recreatie in heel Nederland verdwijnt.

Ook de minister heeft aangegeven niet over signalen te beschikken waaruit blijkt dat sprake is van een landelijke ontwikkeling waarbij vaste plaatsen structureel in hoog tempo verdwijnen. Overigens is de afgelopen 10 jaar het aantal standplaatsen, ook vaste standplaatsen bij boerencampings, fors gestegen. In de statistieken wordt deze groei vaak niet meegenomen.

Zijn vaste recreanten in Nederland minder goed beschermd dan in andere landen?
Uit een vergelijking met Duitsland, België, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk blijkt dat Nederland een zeer uitgebreid en goed beschermingsniveau voor vaste recreanten kent.

In de onderzochte landen bestaat doorgaans geen algemeen wettelijk recht op onbeperkte verlenging van een vaste recreatieplaats. Ook bestaat veelal geen automatisch recht op vergoedingen bij herstructurering.

Nederland onderscheidt zich door de combinatie van:

  • algemene bescherming vanuit het overeenkomstenrecht
  • gedragscode voor de ondernemer met lidmaatschapsmaatregelen als stok achter de deur
  • gedetailleerde algemene voorwaarden die in overleg met een consumentenorganisatie zijn opgesteld
  • relatief lange opzegtermijnen bij herstructurering
  • een contractuele verplaatsingsvergoeding
  • eisen aan de onderbouwing en communicatie van herstructurering
  • laagdrempelige toegang tot een onafhankelijke geschillencommissie
  • rechterlijke toetsing wanneer partijen er niet uitkomen

De stelling dat recreanten in Nederland nauwelijks worden beschermd, doet daarom geen recht aan het bestaande stelsel. Internationaal bezien behoort de Nederlandse bescherming juist tot de meest uitgebreide en goed georganiseerde regelingen.

Benieuwd naar onze overige standpunten omtrent kwaliteit?